Statuten

STATUTEN————————————————————————————————
Naam en zetel ——————————————————————————————–
Artikel 1—————————————————————————————————–
1. De vereniging draagt de naam: VERENIGING VISCERALE THERAPEUTEN —-
NEDERLAND. ————————————————————————————–
2. Zij heeft haar zetel in Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas. ——————
Doel ———————————————————————————————————
Artikel 2—————————————————————————————————–
1. Het doel van de vereniging is: ——————————————————————
a. het bevorderen van kennis en kunde en het verspreiden van informatie met -
betrekking tot de viscerale therapie; —————————————————–
b. het behartigen van de maatschappelijke, economische en sociale belangen -
van haar leden in de ruimste zin des woord en in de meest uitgebreide zin;—
c. het bevorderen van wetenschappelijk onderzoek ten behoeve van de visce –
rale therapie.———————————————————————————–
2. Zij tracht dit doel onder meer te bereiken door: ———————————————
2
a. het bevorderen van praktische en theoretische (na)scholing van gecertifi —–
ceerde visceraal therapeuten in samenwerking met het Barral Instituut Ne—-
derland, gevestigd te Doorn; —————————————————————
b. bescherming van de rechten van de leden; ——————————————–
c. ter behandeling van de individuele belangen van de leden een functionaris –
te belasten met ombudswerk; ————————————————————-
d. stimulering en bevordering van het wetenschappelijk onderzoek op het ge—-
bied van viscerale therapie; —————————————————————-
e. het bevorderen en zorgdragen van erkenning van de viscerale therapie; ——
f. het zorgdragen voor een adequate honorering van de viscerale therapie; —–
g. het bewerkstelligen van een adequaat klimaat waarin de viscerale therapie –
als vrij beroep kan worden uitgeoefend; ————————————————
h. alle overige legale middelen.—————————————————————
Duur ———————————————————————————————————
Artikel 3—————————————————————————————————–
1. De vereniging is aangegaan voor onbepaalde tijd.—————————————–
2. Het boekjaar van de vereniging is het kalenderjaar. —————————————
Lidmaatschap ———————————————————————————————
Artikel 4—————————————————————————————————–
1. De vereniging kent leden. De vereniging onderscheidt de volgende categorieën -
leden:————————————————————————————————–
a. leden; ——————————————————————————————–
b. aspirant leden;———————————————————————————
c. ereleden;—————————————————————————————-
d. buitengewone leden.————————————————————————-
2. Voorwaarden voor het verkrijgen van het lidmaatschap zijn: —————————-
a. als lid kunnen worden toegelaten natuurlijke personen die in het bezit zijn —
van certificering viscerale therapie en werkzaam zijn met viscerale therapie; -
b. als aspirant lid kunnen worden toegelaten natuurlijke personen die in oplei —
ding zijn voor de certificering viscerale therapie;————————————–
c. als erelid kunnen worden benoemd leden en andere personen die zich bij —-
zonder verdienstelijk hebben gemaakt voor de vereniging. Ereleden worden
door de algemene ledenvergadering benoemd, op voorstel van het bestuur.
Het besluit daartoe moet worden genomen met een meerderheid van ten—–
minste twee/derde deel van het aantal geldig uitgebrachte stemmen. ———-
d. als buitengewoon lid kunnen worden toegelaten natuurlijke personen die niet
voldoen aan de vereisten onder sub a. en b. vermeld, maar de doelstellingen
van de vereniging onderschrijven. Het kandidaat-lid dient een schriftelijk ver -
zoek in te dienen bij het bestuur, dat over de toelating beslist en het besluit -
uiterlijk één maand erna aan het kandidaat-lid bekend maakt. ——————–
3. Leden zijn zij die zich schriftelijk of digitaal als lid bij het bestuur hebben aange —
meld en door het bestuur als lid zijn toegelaten. Hiervan blijkt uit een door het —-
bestuur afgegeven verklaring.——————————————————————-
Ingeval van niet-toelating door het bestuur kan de algemene ledenvergadering –
alsnog tot toelating besluiten. ——————————————————————-
4. Het lidmaatschap is persoonlijk en kan niet worden overgedragen of door erfop –
volging worden verkregen. ———————————————————————–
5. Wanneer hierna in deze statuten de term leden wordt gebruikt, worden alle soor -
ten leden bedoeld, tenzij uitdrukkelijk van het tegendeel blijkt. ————————-
Artikel 5—————————————————————————————————–
1. Het lidmaatschap eindigt:————————————————————————-
a. door de dood van het lid; ——————————————————————-
b. door opzegging door het lid; —————————————————————
3
c. door opzegging door de vereniging; —————————————————–
d. door ontzetting.——————————————————————————–
2. Opzegging van het lidmaatschap door het lid kan slechts geschieden tegen het –
einde van een boekjaar. Zij geschiedt schriftelijk aan het bestuur met inachtne—-
ming van een opzeggingstermijn van ten minste vier weken. —————————
Indien een opzegging niet tijdig heeft plaatsgevonden, loopt het lidmaatschap —-
door tot het einde van het eerstvolgende boekjaar.—————————————-
Het lidmaatschap eindigt onmiddellijk: ——————————————————–
a. indien redelijkerwijs van het lid niet gevergd kan worden het lidmaatschap te
laten voortduren;——————————————————————————
b. binnen een maand nadat een besluit waarbij de rechten van de leden zijn —
beperkt of hun verplichtingen zijn verzwaard, aan een lid bekend is gewor —-
den of medegedeeld (tenzij het betreft een wijziging van de geldelijke rech —
ten en verplichtingen); ———————————————————————–
c. binnen een maand nadat een lid een besluit is meegedeeld tot omzetting —-
van de vereniging in een andere rechtsvorm of tot fusie. —————————
3. Opzegging van het lidmaatschap namens de vereniging kan tegen het einde van
het lopende boekjaar door het bestuur worden gedaan:———————————-
- wanneer een lid na daartoe bij herhaling schriftelijk te zijn aangemaand niet -
volledig aan zijn geldelijke verplichtingen jegens de vereniging over het lo —-
pende boekjaar heeft voldaan; ————————————————————
- wanneer het lid heeft opgehouden te voldoen aan de vereisten die op dat —
moment door de statuten voor het lidmaatschap worden gesteld.—————-
De opzeggingstermijn is ten minste vier weken. ——————————————–
Indien een opzegging niet tijdig heeft plaatsgevonden, loopt het lidmaatschap —-
door tot het einde van het eerstvolgende boekjaar.—————————————-
De opzegging kan evenwel onmiddellijke beëindiging van het lidmaatschap tot —
gevolg hebben, wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet kan worden ge——
vergd het lidmaatschap te laten voortduren. ————————————————-
De opzegging geschiedt steeds schriftelijk met opgave van de redenen. ————
4. Ontzetting uit het lidmaatschap kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid
in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt of –
wanneer het lid de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. Zij geschiedt door -
het bestuur, dat het lid zo spoedig mogelijk van het besluit in kennis stelt, met —-
opgave van de redenen. Het betrokken lid is bevoegd binnen één maand na de -
ontvangst van de kennisgeving in beroep te gaan bij de algemene ledenvergadering.
—————————————————————————————————-
Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst. Een
geschorst lid heeft geen stemrecht. Binnen twee maanden dient het bestuur een
beslissing tot beëindiging, verlenging van de schorsing dan wel tot ontzetting van
het lidmaatschap te nemen. Verlenging van de schorsing kan hooguit voor een –
periode van twee maanden. ———————————————————————
5. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een boekjaar eindigt, blijft de jaarlijkse
bijdrage voor het geheel door het lid verschuldigd, tenzij het bestuur anders be —
slist.—————————————————————————————————-
Donateurs————————————————————————————————–
Artikel 6—————————————————————————————————–
1. Donateurs zijn natuurlijke of rechtspersonen, die schriftelijk door het bestuur als -
donateur zijn toegelaten. Zowel het bestuur als de donateur is ten allen tijde be –
voegd het donateurschap door schriftelijke opzegging te beëindigen. —————-
2. Donateurs zijn verplicht jaarlijks aan de vereniging een geldelijke bijdrage te ver -
lenen, waarvan de minimale omvang door de algemene ledenvergadering wordt
vastgesteld. ——————————————————————————————
4
3. Donateurs hebben uitsluitend het recht om de algemene ledenvergadering bij te
wonen. Zij hebben daarin geen stemrecht, maar wel het recht om het woord te –
voeren. ————————————————————————————————
Contributies en financiële middelen —————————————————————–
Artikel 7—————————————————————————————————–
1. Ieder lid is jaarlijks een contributie verschuldigd. De hoogte van de contributie —-
wordt vastgesteld door de algemene ledenvergadering, op voorstel van het be—-
stuur. ————————————————————————————————-
2. Naast de ontvangen contributie worden de financiële middelen van de vereniging
gevormd door:—————————————————————————————
a. de jaarlijkse bijdragen van donateurs; —————————————————
b. subsidies, giften en andere toevallig baten; ——————————————–
c. erfstellingen, die alleen mogen worden aanvaard onder het voorrecht van —
boedelbeschrijving;—————————————————————————
d. andere inkomsten.—————————————————————————-
Bestuur —————————————————————————————————–
Artikel 8—————————————————————————————————–
1. Het bestuur bestaat uit ten minste drie natuurlijke personen, die uit hun midden –
een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aanwijzen. ———————
2. De bestuursleden worden door de algemene ledenvergadering benoemd uit de –
leden van de vereniging. ————————————————————————-
De algemene ledenvergadering stelt het aantal bestuursleden vast. ——————
3. Bestuursleden kunnen te allen tijde onder opgaaf van redenen door de algemene
ledenvergadering worden geschorst en ontslagen. De algemene ledenvergade —
ring besluit tot schorsing of ontslag met een meerderheid van twee/derde van de
uitgebrachte stemmen.—————————————————————————-
4. De schorsing eindigt wanneer de algemene ledenvergadering niet binnen drie —
maanden daarna tot ontslag heeft besloten. Het geschorste bestuurslid wordt in -
de gelegenheid gesteld zich in de algemene ledenvergadering te verantwoorden
en kan zich daarbij door een raadsman doen bijstaan. ———————————–
5. Bestuursleden worden benoemd voor een periode van maximaal drie jaar. Onder
een jaar wordt te dezen verstaan de periode tussen twee opeenvolgende jaarlijk -
se algemene ledenvergaderingen. De bestuursleden treden af volgens een door
het bestuur op te maken rooster. Een volgens het rooster aftredend bestuurslid is
slechts twee maal onmiddellijk herbenoembaar, tenzij met toestemming van de –
algemene ledenvergadering. ——————————————————————–
6. Indien het aantal bestuursleden beneden het in lid 1 vermelde minimum is ge —–
daald, blijft het bestuur niettemin bevoegd. Het bestuur is verplicht zo spoedig —
mogelijk een algemene ledenvergadering te beleggen, waarin de voorziening in -
de vacature(s) aan de orde komt. ————————————————————–
7. Op de vergaderingen en de besluitvorming van het bestuur is het bepaalde in de
artikelen 11 tot en met 14 zoveel mogelijk van toepassing.——————————
Artikel 9—————————————————————————————————–
1. Het bestuur is belast met het besturen van de vereniging en met het uitvoeren en
handhaven van statuten en reglementen. —————————————————-
2. Het bestuur is, met voorafgaande goedkeuring van de algemene ledenvergade—
ring, bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, –
vervreemding of bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van over —-
eenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar –
verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een –
schuld van een ander verbindt. Op het ontbreken van goedkeuring van de alge—
mene ledenvergadering kan door en tegen derden beroep worden gedaan. ——–
Artikel 10 —————————————————————————————————
5
1. Het bestuur vertegenwoordigt de vereniging.————————————————
2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan de voorzitter tezamen -
met de secretaris of de penningmeester.—————————————————–
Algemene ledenvergaderingen ———————————————————————–
Artikel 11 —————————————————————————————————
De algemene ledenvergaderingen worden gehouden in Nederland, ter plaatse als bij
de oproeping zal worden vermeld. ——————————————————————-
Artikel 12 —————————————————————————————————
1. Toegang tot de algemene ledenvergadering hebben de leden die niet geschorst -
zijn, de donateurs alsmede degenen, die daartoe door het bestuur en/of de al—–
gemene ledenvergadering zijn uitgenodigd. ————————————————-
Een geschorst lid heeft toegang tot de vergadering waarin het besluit tot zijn —–
schorsing wordt behandeld, en is bevoegd daarover dan het woord te voeren. —-
2. Met uitzondering van een geschorst lid heeft ieder lid één stem in de algemene –
ledenvergadering. Ieder stemgerechtigd lid kan aan een andere stemgerechtigde
schriftelijk volmacht verlenen tot het uitbrengen van zijn stem. Een stemgerech—
tigde kan voor niet meer dan één ander lid als gevolmachtigde optreden. De —–
schriftelijke volmacht bevat in elk geval de naam, het lidmaatschapsnummer en -
de handtekening van het lid dat de machtiging afgaf, de datum van de vergade—
ring en de naam van de gemachtigde. ——————————————————–
3. Een eenstemmig besluit van alle stemgerechtigde leden, ook al zijn zij niet in —-
vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelf -
de kracht als een besluit van de algemene ledenvergadering. Dit besluit kan ook
schriftelijk tot stand komen. ———————————————————————-
4. Over zaken wordt mondeling, over personen schriftelijk gestemd. Schriftelijke —-
stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. Blanco stemmen worden
geacht niet te zijn uitgebracht. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk tenzij mi -
nimaal één stemgerechtigde hoofdelijke stemming verlangt.—————————-
5. Alle besluiten waaromtrent bij de wet of bij deze statuten geen grotere meerder –
heid is voorgeschreven, worden genomen bij volstrekte meerderheid van de uit –
gebrachte stemmen. Bij staking van stemmen over zaken is het voorstel verwor –
pen. Staken de stemmen bij verkiezing van personen, dan beslist het lot. Indien -
bij verkiezing tussen meer dan twee personen door niemand een volstrekte ——-
meerderheid is verkregen, wordt herstemd tussen de twee personen, die het —–
grootste aantal stemmen kregen, zo nodig na tussenstemming. Staken de ——–
stemmen bij herstemming, dan wordt het voorstel tot de volgende vergadering —
aangehouden.—————————————————————————————
Artikel 13 —————————————————————————————————
1. De algemene ledenvergaderingen worden geleid door de voorzitter of, bij diens -
afwezigheid, door diens plaatsvervanger. Bij het ontbreken van de voorzitter of –
diens plaatsvervanger wijst het bestuur één van de bestuursleden als voorzitter -
aan. —————————————————————————————————-
Zijn geen bestuursleden aanwezig, dan voorziet de vergadering zelf in haar lei —
ding. —————————————————————————————————
2. Het door de voorzitter ter algemene ledenvergadering uitgesproken oordeel om –
trent de uitslag van een stemming, is beslissend. ——————————————
Het zelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voorzover werd ge—–
stemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. —————————————
Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de
juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de ——-
meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet —–
hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt.
Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke
6
stemming. ——————————————————————————————–
3. Van het ter algemene ledenvergadering verhandelde worden notulen gehouden -
door de secretaris of door een door de voorzitter aangewezen persoon.————-
Deze notulen worden in de zelfde of in de eerstvolgende algemene ledenverga—
dering vastgesteld en ten blijke daarvan door de voorzitter en de secretaris van -
die vergadering ondertekend. De inhoud van de notulen wordt ter kennis van de
leden gebracht. ————————————————————————————-
Artikel 14 —————————————————————————————————
1. Jaarlijks wordt ten minste één algemene ledenvergadering gehouden en wel bin -
nen zes maanden na afloop van het boekjaar, behoudens verlenging van deze –
termijn door de algemene ledenvergadering. De algemene ledenvergadering kan
het bestuur éénmaal uitstel verlenen. In deze algemene ledenvergadering brengt
het bestuur haar jaarverslag uit over de gang van zaken in de vereniging en over
het gevoerde beleid. Het legt de balans en de staat van baten en lasten met een
toelichting ter goedkeuring aan de algemene ledenvergadering over. Bij goed—–
keuring van het gevoerde beleid wordt decharge verleend aan de bestuursleden.
Deze stukken worden ondertekend door de bestuursleden; ontbreekt de onder —
tekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van redenen
melding gemaakt. Na verloop van de termijn kan ieder lid in rechte vorderen van
de gezamenlijke bestuurders dat zij deze verplichtingen nakomen. ——————-
2. Wordt omtrent de getrouwheid van de stukken bedoeld in het vorige lid aan de –
algemene ledenvergadering niet overgelegd een verklaring afkomstig van een —
accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, dan be –
noemt de algemene ledenvergadering, jaarlijks, een commissie van ten minste –
twee leden die geen deel van het bestuur mogen uitmaken. —————————-
3. Het bestuur is verplicht aan de commissie ten behoeve van haar onderzoek alle -
door haar gevraagde inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de
waarden te tonen en inzage in de boeken en bescheiden van de vereniging te —
geven. ————————————————————————————————
4. De commissie onderzoekt de in lid 1 en lid 3 bedoelde stukken. ———————–
5. Vergt dit onderzoek naar het oordeel van de commissie bijzondere boekhoud —–
kundige kennis, dan kan zij zich op kosten van de vereniging door een deskundi -
ge doen bijstaan. De commissie brengt aan de algemene ledenvergadering ver –
slag van haar bevindingen uit. ——————————————————————
6. De last van de commissie kan ten allen tijde door de algemene ledenvergadering
worden herroepen, doch slechts door de benoeming van een andere commissie.
7. Het bestuur is verplicht de bescheiden als bedoeld in lid 1 en lid 3 tenminste ze –
ven jaar te bewaren. ——————————————————————————-
Artikel 15 —————————————————————————————————
1. Algemene ledenvergaderingen worden door het bestuur bijeengeroepen zo dik—
wijls het dit wenselijk oordeelt of daartoe op grond van de wet verplicht is.———-
2. Op schriftelijk verzoek van ten minste één/tiende gedeelte van de stemgerech —-
tigde leden is het bestuur verplicht tot het bijeenroepen van een algemene le——
denvergadering, te houden binnen vier weken na indiening van het verzoek. ——
Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kun –
nen de verzoekers zelf tot de bijeenroeping van de algemene ledenvergadering -
overgaan op de wijze als in lid 3 bepaald of door middel van een advertentie in –
ten minste één in Nederland veel gelezen dagblad. De verzoekers kunnen als —-
dan anderen dan bestuursleden belasten met de leiding van de vergadering en –
het opstellen van de notulen. ——————————————————————–
3. De bijeenroeping van de algemene ledenvergadering geschiedt door een schrif –
telijke of digitale mededeling aan de stemgerechtigden op een termijn van ten —
minste zeven dagen. ——————————————————————————
7
Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld. ——————–
Statutenwijziging —————————————————————————————–
Artikel 16 —————————————————————————————————
1. Wijziging van de statuten kan slechts plaatshebben door een besluit van de al —-
gemene ledenvergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar
wijziging van de statuten zal worden voorgesteld. —————————————–
2. Zij, die de oproeping tot de algemene ledenvergadering ter behandeling van een
voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste zeven dagen —
voor de dag van de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorge -
stelde wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor -
de leden ter inzage leggen tot na de afloop van de dag, waarop de vergadering -
werd gehouden. ————————————————————————————
3. Tot wijziging van de statuten kan door de algemene ledenvergadering slechts —-
worden besloten met een meerderheid van ten minste twee/derde van het aantal
uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin ten minste de helft van het —-
aantal leden aanwezig of vertegenwoordigd is. ———————————————
4. Is het aantal leden als bedoeld in lid 3 niet aanwezig in de algemene ledenver —-
gadering dan wordt er binnen vier weken daarna een tweede vergadering bij ——
eengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel, zoals dat voor de vorige —
vergadering geagendeerd is geweest, ongeacht het aantal aanwezige leden, kan
worden besloten, mits met een meerderheid van twee/derde van het aantal gel—
dig uitgebrachte stemmen. ———————————————————————–
5. De statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is –
opgemaakt. ——————————————————————————————
Ieder van de bestuursleden is bevoegd de akte van statutenwijziging te doen verlijden.
————————————————————————————————–
6. Het bepaalde in de leden 1 en 2 is niet van toepassing, indien in de algemene —
ledenvergadering alle stemgerechtigden aanwezig of vertegenwoordigd zijn en –
het besluit tot statutenwijziging met algemene stemmen wordt genomen. ———–
7. De bestuursleden zijn verplicht een authentiek afschrift van de akte van statu —–
tenwijziging en een volledige doorlopende tekst van de statuten, zoals deze na –
de wijziging luiden, neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koop -
handel en Fabrieken gehouden register. —————————————————–
Ontbinding en vereffening——————————————————————————
Artikel 17 —————————————————————————————————
1. Het bepaalde in artikel 16 leden 1, 2, 3, 4 en 6 is van overeenkomstige toepas—-
sing op een besluit van de algemene ledenvergadering tot ontbinding van de —–
vereniging. ——————————————————————————————-
2. De algemene ledenvergadering stelt bij haar in het vorige lid bedoelde besluit de
bestemming vast voor het batig saldo, en wel zoveel mogelijk in overeenstem —-
ming met het doel van de vereniging. ———————————————————
3. De vereffening geschiedt door het bestuur.————————————————–
4. Na de ontbinding blijft de vereniging voortbestaan voor zover dit tot vereffening –
van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen —-
van de statuten zoveel mogelijk van kracht. ————————————————-
In stukken en aankondigingen die van de vereniging uitgaan, moeten aan haar –
naam worden toegevoegd de woorden “in liquidatie”.————————————-
5. De vereffening eindigt op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaar bekende –
baten meer aanwezig zijn. ———————————————————————–
6. De boeken en bescheiden van de ontbonden vereniging moeten worden be ——-
waard gedurende zeven jaren na afloop van de vereffening. Bewaarder is dege –
ne die door de vereffenaars als zodanig is aangewezen. ——————————–
Commissies en werkgroepen ————————————————————————-
8
Artikel 18 —————————————————————————————————
1. De algemene ledenvergadering kan commissies en werkgroepen benoemen. —-
2. Commissies hebben een in de tijd onbegrensde taakopdracht. ————————
3. Werkgroepen werken projectmatig en hebben een in de tijd danwel in hun werk –
zaamheden begrensde taakopdracht.———————————————————
4. Leden van commissies en werkgroepen kunnen voor hun werkzaamheden een –
vergoeding ontvangen. De hoogte van de vergoeding wordt door de algemene –
ledenvergadering vastgesteld. ——————————————————————
5. De algemene ledenvergadering bestuur kan een tuchtrecht- en/of een klachten—
commissie benoemen. Iedere commissie bestaat uit ten minste drie leden, niet –
zijnde bestuursleden. —————————————————————————–
Reglementen———————————————————————————————-
Artikel 19 —————————————————————————————————
1. De algemene ledenvergadering kan een of meer reglementen vaststellen en wij –
zigen, waarin onderwerpen worden geregeld waarin door deze statuten niet of —
niet volledig wordt voorzien. ——————————————————————–
2. Bij de instelling van een tuchtrechtcommissie wordt onmiddellijk een tuchtregle —
ment vastgesteld.———————————————————————————–
3. Een reglement mag geen bepalingen bevatten, die strijdig zijn met de wet of met
deze statuten. —————————————————————————————
4. Op besluiten tot vaststelling en tot wijziging van een reglement is het bepaalde in
artikel 16 leden 1, 2, 3, 4 en 6 van overeenkomstige toepassing. ———————-